Collegebrug

Collegebrug, Sum Project, © Jean-Luc Deru / Daylight
Collegebrug, Sum Project, © Jean-Luc Deru / Daylight
Collegebrug, Sum Project, © Jean-Luc Deru / Daylight

Niets van die verstilling in Kortrijk. De Collegebrug is een dynamische, bijna nerveuze constructie die zich met een zweepbeweging over het water werpt. Ze maakt deel uit van een reeks van zeven nieuwe bruggen, te realiseren als gevolg van het rechttrekken en verbreden van de doortocht van de Leie door het centrum van Kortrijk. Deze ingreep was noodzakelijk om de capaciteit voor de binnenscheepvaart te vergroten, maar werd door het stadsbestuur aangegrepen als aanleiding voor een grondige stadsvernieuwingsoperatie. In tegenstelling tot de Stalhillebrug is de Collegebrug te Kortrijk geen bewegende brug: zij dient dan ook de noodzakelijke doorvaartbreedte en vooral -hoogte te respecteren bij de overspanning van het water. Voor fietsers- en voetgangersbruggen stelt dit een bijzondere technische randvoorwaarde: het voor fietsers aanvaardbare hellingspercentage vraagt immers om een immense aanlooplengte naar de brug. Niet zozeer de overspanning, maar het vinden van de nodige ruimte voor de aanloopstroken bleek een bijzondere uitdaging van het project.

Het masterplan van Sum Project voorzag op beide oevers een nieuwe parkruimte. Ney laat er zijn slingerbeweging aanzetten, eerst evenwijdig met de oever, dan licht wegdraaiend om met een wijde tegenbocht het water loodrecht te overbruggen. Het lijkt alweer de loutere ingenieurslogica die deze vorm bepaalt: de slingerende aanloopstroken vergroten de lengte en milderen zo het hellingspercentage, terwijl de loodrechte overspanning van het water ook hier de meest voordelige is. Maar de zorgvuldige enscenering van de zichten van de passant — startend naast het water, dan terugkijkend op de ene stadshelft, bovenop de brug het overzicht biedend over water en de omliggende stad, om dan af te dalen aan de overzijde en opnieuw aan het water te eindigen — is geen toevallig neveneffect. Deze brug wil niet alleen functionele verbinding zijn tussen twee stadshelften, ze wil ook de omliggende stedelijke dynamiek tonen.

Dat de Collegebrug een briljante constructie is, is duidelijk vanaf de eerste oogopslag. Niets is gewoon of lijkt te steunen waar het moet. Brugdek, kabels en steunpunten beschrijven elk een schijnbaar autonome ruimtelijke lijn en ontmoeten elkaar slechts op enkele ogenschijnlijk toevallige punten. Het maakt het geheel vluchtig en ongrijpbaar, temeer daar de gebruiker bij het oversteken van de brug zich te midden van dit complexe spel begeeft. Ook de articulatie van de onderscheiden onderdelen van de brug is gewild gestroomlijnd en expliciet. De kokerstructuur van het brugdek heeft een steeds variërende sectie en is geritmeerd, lenig en beweeglijk als de wervelkolom van een roofdier. De pijlers hebben een conisch profiel en tonen in combinatie met de tuikabels hun krachtwerking als een opgespannen spierbundel. Alles aan deze brug drukt beweging, dynamiek en snelheid uit.

Daarmee lijkt de Collegebrug een duidelijke ambitie te representeren: die van een stad — die zich nota bene als designhoofdstad profileert — die leeft, bruist en vooruit wil. Daarbij hoort een nieuw, groen centrum met het water en bruggen als beeldbepalende elementen. Bruggen die uiteraard, gezien ze publieke investeringen zijn, als cliffhanger ingezet worden voor de ruimere toekomstige stadsontwikkeling. De Collegebrug lijkt vandaag ten opzichte van haar context haar tijd wat vooruit, alsof ze de omliggende stad aanspoort om die achterstand goed te maken.

Het intrigerende verschil tussen de fietsers- en voetgangersbruggen te Stalhille en Kortrijk ligt dan ook in hun eigen omgang met het begrip tijd. Wanneer Vitruvius in zijn De Architectura1 een vol volume wijdt aan tijdsinstrumenten, lijkt hij te willen stellen dat elke constructie niet enkel een positie in de ruimte inneemt, maar daarmee ook een moment markeert in een tijdslijn met een heden, verleden en toekomst. De beide bruggen van Laurent Ney doen dit weloverwogen en bewust. Ze vormen een ijkpunt waartegen omgeving en individu zich kunnen afmeten. Daarmee zijn ze — de ene veeleer impliciet, de andere duidelijk expliciet — letterlijk markante constructies. Terwijl de Stalhillebrug aansluit bij een inherent gevoel van nostalgie en vertrouwdheid bij de beschouwer, komt de Collegebrug bewust futuristisch en nieuw over. Waar de ene je de tijd lijkt te gunnen om te verblijven, misschien zelfs op je stappen terug te keren, lijkt de andere je te stuwen, aan te porren om te circuleren van die ene oever naar de andere. Is het toeval dat de ene kan openstaan en het bewegen zelf ostentatief verhindert, terwijl de andere te allen tijde het oversteken garandeert? Wat daarbij fascineert is dat de waarlijk beweegbare brug net van verstilling spreekt, terwijl de vaste constructie dynamiek en vooruitgang preekt.

Auteur: Jan Mannaerts

Architectenbureau: 

SumProject architecture & engineering

Ontwerpers: 

Bernard Deconinck

Opdrachtgever: 

Vlaamse Gemeenschap

Taal: 

Nederlands

Straat: 

brug over de Leie nabij Budastraat

Postcode: 

8 000

Gemeente: 

Kortrijk

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2003

Datum oplevering: 

2008

Oppervlakte: 

672 m²

Totale bouwkost: 

3 000 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

4 464 €, excl. BTW

Hoofdaannemers: 

algemene aannemer: TV Leie-Doortocht
aannemer staalbouw: TV Laere Anmeco

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners