Notariaat Fieuws

Notariaat Fieuws, De Bruycker-De Brock, © Dieuwertje Komen
Notariaat Fieuws, De Bruycker-De Brock, © Dieuwertje Komen
Notariaat Fieuws, De Bruycker-De Brock, © Dieuwertje Komen
Notariaat Fieuws, De Bruycker-De Brock, © Dieuwertje Komen
Notariaat Fieuws, De Bruycker-De Brock, © Dieuwertje Komen

Het gedeelte van Brugge waar dit nieuwe notariskantoor is opgericht, vormt de overgang naar de kanaalzone. De ruimtelijke omgeving wordt er door de postindustrialisatie al evenzeer getransformeerd als in Oudenburg. Terwijl de eigenheid van het stadje Oudenburg in een plas van eendere verkavelingen oplost, zijn het hier de kleine plekgebonden gebouwen die verdwijnen voor meer grootschalige en karakterloze nieuwbouwkantoren en -appartementen. In plaats van zijn gading te zoeken in deze standaardproducten van een gemakzuchtige immobiliënmarkt, besloot de opdrachtgever om zelf een combinatie van een kantoor en een opbrengstappartement te realiseren.

Met drie verdiepingen gaat het om een relatief laag gebouw en daarmee sluit het aan bij de lage buurpanden en loodsen aan de overkant. Deze indruk wordt aan de straatzijde versterkt omdat de onderste bouwlaag deels onder het maaiveld gelegen is en de vensters van de dakverdieping boven een uitstekende kroonlijst verborgen blijven. Zo ontstaat een gevelbeeld dat eigenlijk alleen maar uit een piano nobile lijkt te bestaan. De soms protserige waardigheid van het notarisberoep die daardoor komt opzetten, wordt
echter snel teruggeschroefd door de eenvoud van de inkom. Het binnenkomen zowel te voet als met de wagen is gebundeld in een doorrit die met een verticaal schuivende poort afgesloten kan worden. Het geheel is volmaakt vormgegeven en brengt materialen zoals natuursteen, gewassen beton, pleisterwerk en gelakt metaal vakkundig bijeen. De Bruycker-De Brock demonstreert in dit ontwerp een beheerste mix tussen industriële en burgerlijke registers. Dat laat zich bij uitstek in het materiaalgebruik herkennen.

Wie de toegangstrap naar het kantoor opklimt, treedt binnen in een geraffineerde wereld van zichten en lichten. Split levels en doorkijkjes laten toe dat de meewerkende echtgenote zowel het komen en gaan van bezoekers als het werk van de secretariaatsmedewerkers in het oog kan houden. Tijdens de discrete ceremoniën van een notariaat zijn sommige blikken dan weer totaal ongewenst. Twistende erfgenamen of huilerige echtscheidingskwesties moeten kunnen rekenen op doeltreffende privacy en ook die wordt door de architectuur verstrekt. Slechts een enkele keer lieten de architecten zich gaan ten voordele van het licht, waarop de notaris dan weer ingreep om de regie van het zicht te bewaken: het compromis is een gesatineerde glasplaat tussen wachtzaaltje en ontvangstruimte.

De ontvangstruimte is de erekamer van het notariaat. Dankzij de bel-etage is er vrij uitzicht naar de straat zonder dat voorbijgangers kunnen binnenkijken. De hoge ramen zetten een prachtige geknotte platanenrij in scène en laten overvloedig noorderlicht binnen. Door de smalle stalen raamkaders en de rechthoekige verdeling krijgt het geheel fabriekstrekjes, zelfs een vleugje Bauhaus, en zo hebben de architecten de dreiging van stoffige staatsie weer afgewend. Het hoge raam hoeft geen gordijnen, lattenwerk of folies om nieuwsgierige blikken van op straat te weren, maar kan volledig open blijven en doet de huisvesting van de notaris meespelen in het stedelijk leven van het straatbeeld. Door het raam laat zich een bijzondere plaats raden, zijn een aantal mooi gevulde boekenkasten zichtbaar en zeker ’s avonds vloeit een warme huiselijke gloed naar buiten. De verhouding tussen straat en interieur, tussen publiek en privé, tussen alledag en ritueel wordt geregeld zonder dat een van beide kanten tekort komt en dat alles enkel door de juiste plaatsing van een groot open raam. Boven het notariaat bevindt zich nog een volwaardig appartement in de dakverdieping. Het is niet bedoeld voor eigen gebruik en wordt afzonderlijk verhuurd. Daarom is het appartement rechtstreeks toegankelijk vanaf de straat via een eigen trappenhuis, maar het kan later wel de lift met het notariaat delen. Kantoor en appartement zijn zo een voorbeeld van de stedelijke mix van wonen en werken op de schaal van één perceel. In de dakverdieping van het appartement is een kwaliteitsvollere oplossing bedacht voor de lichtinval dan een beroep te doen op het productengamma van dakkoepels en kantelvensters. Langs de straat doen de ingrepen voor daglicht in het onderliggende notariaat de dakverdieping bijna 1 meter terugwijken. Dat maakt tezelfdertijd gewone verticale ramen mogelijk in de straatgevel van het appartement en schept wat afstand. Het lange terras aan de achterzijde en de geleding van de ruimte binnenin door een niveauverschil, geven karakter en kwaliteit aan dit appartement in plaats van het louter als een onderdeel van een vastgoedinvestering op te vatten.

De Bruycker-De Brock en ampe.trybou tonen met deze projecten hoe architectuur in Vlaanderen nog niet klaar is met het wonen. De architectuur van het wonen houdt niet op met het perfectioneren van de suburbane gezinswoning. Er is nog veel onderzoek te doen en er zijn nog veel vraagstukken op te lossen, zeker wanneer het gaat om minder eenduidige ontwerpopdrachten in de woningbouw. De combinatie van wonen en werken is zo’n typische niche, maar ook de moeilijke heterogene bouwsituaties die zich in het volgebouwde Vlaanderen nu aandienen, zijn gebaat met meer spitsvondige architectuur. In het algemeen is de kleine groepswoningbouw een bouwproductie waar architectuur nog veel meerwaarde kan realiseren. De kleine groepswoningbouw is niet alleen een typische bouwsteen van stadsvernieuwing in de grotere steden, maar duikt tegenwoordig ook op in de kern van kleine gemeenten en zelfs in de verkavelingen. Beperkte vormen van groepswoningbouw laten toe op verspreide wijze aan verdichting te doen en spelen in op de demografische trends van gezinsverdunning. Alleen, ze stellen architecturaal en typologisch doorgaans nauwelijks iets voor. Het zijn bouwopdrachten die veelal onder de commerciële vastgoedontwikkeling ressorteren. Die blinkt sowieso niet uit in onderzoek en vernieuwing, en gaat doorgaans de complexiteit van verweving met werkplekken, de vermenging van woningtypes of het inspelen op een ongewone context uit de weg. Is het niet jammer dat het vernuft van de woningarchitectuur in Vlaanderen dankzij de emancipatie van de overheid als bouwheer wel de overstap heeft kunnen maken van de schaal van vrijstaande huizen naar grotere publieke gebouwen zoals culturele centra, bibliotheken en scholen, maar vooralsnog nauwelijks impact heeft op de meer
complexe woningbouwopdrachten, laat staan in de private sector van het residentieel vastgoed?

Auteur: Kristiaan Borret

Architectenbureau: 

De Bruycker-De Brock

Ontwerpers: 

Peter De Bruycker
Inge De Brock

Opdrachtgever: 

Notaris en Mevrouw Steven Fieuws

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Leopold-II-Laan

Nummer: 

132

Postcode: 

8 000

Gemeente: 

Brugge

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2005

Datum oplevering: 

2008

Oppervlakte: 

465 m²

Volume: 

1 400 m³

Totale bouwkost: 

550 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

1 183 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

Studiebureel Vansteelandt bvba

Hoofdaannemers: 

aannemer ruwbouw: De Muynck bvba
aannemer buitenschrijnwerk: Lammertyn nv
aannemer dakwerken: Dessender bvba
aannemer technische installaties: Sacenal nv
aannemer elektrische intallaties: Ribas nv

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners