Renovatie Troubleyntheater

Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens
Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens
Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens
Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens
Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens
Renovatie Troubleyntheater, Jan Dekeyser, © Ilse Liekens

De kunstenaar belichaamt de paradox van het individualisme. Hij werkt immers vanuit een doorgedreven persoonlijke attitude, maar zijn werk wordt juist collectief wanneer het existentiële thema’s raakt. Deze gedachte zweeft als een geruisloze uil door het complex in de Pastorijstraat in Antwerpen. Jan Fabre liet er het voormalige, uitgebrande Ringtheater en een aantal klaslokalen voor zijn gezelschap Troubleyn verbouwen tot een laboratorium: ‘een werkplaats voor dromers’. Om die droom te realiseren deed hij niet alleen een beroep op architect Jan Dekeyser, maar nodigde hij ook een rist kunstenaars uit, waaronder Dirk Braeckman, Luc Tuymans, Marina Abramovic, Alberto Garutti, Enrique Marty, Luc Deleu… die een werk schonken of maakten dat integraal deel uitmaakt van het gebouw.

Architect Jan Dekeyser assisteert Fabre sinds jaren bij de scenografie en de belichting van theatervoorstellingen. Ook nu stelt hij zich dienstbaar op zonder zich weg te cijferen in een identiteitsloze architectuur. De kracht van Dekeysers interventies ligt niet zozeer in de absolute verfijning of obsessieve beheersing van details. Wel in een consistente exploratie en ontplooiing van het potentieel van de bestaande gebouwen en de geest van de plek. Zo schept het chirurgisch wegbreken van bouwonderdelen ruimte en leegte. Nadien wordt consequent ingegrepen met leesbare volumes en materiaal. Zo drijft het logeblok, opgetrokken in ongegeneerd, slordig gestort kelderbeton, niet alleen een wig in de werkplaats, maar neemt ze een cruciale scharnierpositie op in de vernieuwbouw. Het selecte palet materialen, zoals betonplex, eikgefineerde multiplex, naakt of gegalvaniseerd staal of beton, laat zich dan weer duidelijk aftekenen tegenover de alom aanwezige baksteenarchitectuur en gepleisterde interieurs.

Zwartgelakte betonplex en het onbehandelde staal anticiperen op patina en roest. Patina slaat trouwens niet alleen op veroudering maar ook op de nabootsing daarvan. Zwartgelakte betonplex verwijst immers naar de etymologische oorsprong van het Italiaanse patina, namelijk lak of zwartsel voor leer. De omgang met patina als de architectonische belichaming van tijd ligt helemaal in de lijn van Fabres idee van de tijd als vormgevend principe, als ‘architect’ van zijn theaterstukken en opera’s. Bewust of onbewust incorporeert de architectuur van het Troubleyntheater tijd en maakt tijd fysiek tastbaar. Dit begint al op straat. Achter de voorgevel werd een stuk van het oude gebouw, niet breder dan een poort, weggehaald. Alleen de oude steunbalken, die nu niet meer deel uitmaken van het dakgebinte, maar louter de zijmuren van de linker- en rechterbuur schragen, blijven over. Als kunstinterventie schilderde architect Luc Deleu deze schijnbaar zwevende stutbalken in felle, geblokte signaalkleuren: een soort bewustwordingsact dat bouwen niet ontsnapt aan de tijdelijkheid.

Eens de poort in de gevel voorbij geeft een pad, tussen twee gemene muren in de open lucht, de weg aan naar een centrale hal waarop verschillende repetitiezalen en werkplaatsen uitgeven. Deze dubbelhoge, lege hal, doorbroken met een vide naar de derde verdieping, verknoopt zowel horizontaal als verticaal het hele complex. Het is echter geen wezenloze leegte. Door de introductie van een nieuwe, verrassend onregelmatige stalen draagstructuur en de bouw van het wigvormige logeblok ontstaat er een spannende dialoog tussen de binnenruimte, de toegangspassage, de binnenkoer en de restanten van het Ringtheater. Opmerkelijk is dat Fabres ‘theaterwerkplaats’ natuurlijk gegroeid lijkt vanuit de aanwezige ruimten, en op even natuurlijke wijze versmelt met zijn artistieke praktijk. Tezelfdertijd is alles in deze verbouwing zodanig gestructureerd dat het gebouw zonder veel moeite een publieksplek kan worden waar theater en beeldende kunst kunnen plaatsvinden in een ‘gepaste onaangepastheid’. Fascinerend is dat dit labo een
performanter publiek gebouw blijkt dan vele theaters die als dusdanig werden ontworpen.

Fabre en Dekeyser demonstreren met het Troubleyntheater dat de individualistische benadering van een kunstenaar de aandacht voor het collectieve niet ondermijnt. Integendeel, de architectuur krijgt juist meerwaarde door opgeladen te worden met contradicties, zoals de paradoxen van het publieke individualisme en de nuttige onaangepastheid.

Auteur: Koen Van Synghel

Architectenbureau: 

Jan Dekeyser

Ontwerpers: 

Jan Dekeyser

Opdrachtgever: 

Troubleyn vzw / Jan Fabre

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Pastorijstraat

Nummer: 

23

Postcode: 

2 060

Gemeente: 

Antwerpen

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2002

Datum oplevering: 

2007

Oppervlakte: 

2 500 m²

Totale bouwkost: 

1 800 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

720 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

studiebureau: Studiebureel Boucherie nv

Hoofdaannemers: 

hoofdaannemer: BREBUILD nv
aannemer houten schrijnwerk: Patrick Van Acker bvba
aannemer elektriciteit: Bart Van Damme

Trefwoorden: 

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners

hier niet aan komen aub