Spoor Noord

Verbouwing van voormalig Opleidingsgebouw Spoor Noord tot Kunstacademie (DKO), Jeugdlokalen en buitenschoolse opvang (IBO).
Spoor Noord, 360 Architecten © Luca Beel
Spoor Noord, 360 Architecten, Antwerpen © Luca Beel
Spoor Noord, 360 Architecten, Antwerpen © Luca Beel
Spoor Noord, 360 Architecten, Antwerpen © Luca Beel
Spoor Noord, 360 Architecten, Antwerpen © Luca Beel

Context
In het voormalige Opleidingsgebouw van de NMBS kregen verschillende nieuwe functies een plaats: een academie voor deeltijds kunstonderwijs (DKO), jeugdlokalen (JEUGD) en een initiatief voor buitenschoolse opvang (IBO). Het project werd in twee fasen uitgevoerd met in een eerste fase de algemene voorbereidende werken, het buitenschrijnwerk en de afwerking van de lokalen van het IBO op het gelijkvloers. In een tweede fase kwamen de overige lokalen tot stand. In een latere fase ging het gebouw deel uitmaken van de kindercampus ‘den Dam’.

Het voormalige opleidingsgebouw van de NMBS ligt in het westelijke deel van het nieuwe park Spoor Noord, naast de loodsen van de oorspronkelijke treinherstelplaats die onlangs werden gerenoveerd tot een overdekte publieke ruimte en evenementenhal. Het gebouw zelf dateert uit de 19de eeuw. Het bestaat grotendeels uit twee bouwlagen en een dakverdieping. Op het oostelijk uiteinde zijn er drie bouwlagen, aangezet vanaf een half verzonken souterrain, en een dakverdieping. De basisstructuur van het pand bestaat uit gewelfde vloeren die steunen op de gevels en op de centrale vakwerkligger volgens de aslijn van het gebouw. Het dak is volledig opgetrokken uit een stalen structuur met een onderdak uit gebakken kleitabletten. De onderstructuur van het dak heeft een hoge cultuurhistorische waarde en wordt in het voorliggende project volledig gerespecteerd.

Visie
In het ontwerp beperkten de architecten zich tot de strategische ingrepen die ze nodig vonden om deze infrastructuur optimaal in te zetten voor het nieuwe, dynamische programma. Er werd enkel ingegrepen waar een aanpassing zich opdrong. Ondanks het minimalisme van de ingrepen, maken ze het gebouw toch duidelijk publiek en op elke zijde toont één van de functies zich, elk op een eigen wijze. Wat vandaag als een autonoom solitair volume in het park staat, zoekt op cruciale plekken de interactie met de omgeving.

De jeugdlokalen bevinden zich aan de zijde van de skate-bowl, IBO krijgt een plaats aan de andere zijde, en tussenin en bovenop het DKO. De nieuwe gevelopening op de kop van het gebouw markeert de aparte toegang tot de jeugdlokalen. Aan de andere zijde van het gebouw bevindt zich het IBO, met twee lokalen gelijkvloers en één in de sous-sol. Vanuit het park daalt een ruime helling af naar dit lokaal. Een grote glaspartij opent hier het IBO naar het park. De buitenhelling en Engelse koer kunnen op warme dagen als terras gebruikt worden. Het DKO krijgt toegang via de bestaande hoofdtoegang. Op het gelijkvloers zijn receptie en secretariaat van het DKO gehuisvest, direct aansluitend op de toegang. Bij de verdere indeling voor het DKO op de verdiepingen worden de verschillende onderdelen van het DKO (muziek, woord en beeldende kunst) gegroepeerd. De eindruimte met zijdelings licht, hoog plafond en blinde eindwand is optimaal voor woordkunst.

Op de eerste verdieping, op de uiteinden van de hoofdcirculatie, bevinden zich het lokaal Woord en het lokaal Samenspel, in het middendeel twee identieke leslokalen, een repetitieruimte en twee individuele repetitieruimtes. Hier werd het akoestische ‘doos-in-doos’ – principe gehanteerd, zodat deze lokalen optimaal geïsoleerd zijn van de overige activiteiten in het gebouw. Op de zolderverdieping werden vier atelierruimtes voor beeldende kunsten voorzien. Gangen worden vermeden, er kan doorheen de ateliers gecirculeerd worden. De ateliers in de centrale dakzone werden voorzien van een nieuw bovenlicht dat zich over de lengte van beide ateliers uitstrekt. Dit daklicht werd bewust als een andersoortig, hedendaags element geplaatst bovenop de nok van het dak, waardoor een optimale lichttoetreding en lichtspreiding over de atelierruimtes bekomen wordt. Het daklicht vormt een gesloten, abstract volume met enkel aan de noordzijde beglazing, gedetailleerd in een fijne wit gelakte staalstructuur en bekleed met vlakke sandwichpanelen. Voor de atelierruimte aan de oostzijde werden drie nieuwe, hedendaagse varianten van de dakkapellen ingepast binnen de stalen dakstructuur. Het centrale daklicht en de nieuwe dakkapellen werden uitgevoerd in wit geschilderd houten schrijnwerk en (kunststofbeglazing, net als de andere nieuwe gevelopeningen. Alle nieuwe ingrepen krijgen hierdoor een uniform en bindend karakter en een duidelijke leesbaarheid.

Bron: deze projectbeschrijving is gebaseerd op de projecttekst van de architecten en een architectuurtekst van Dries Ramaekers (3de bachelor architectuur van de Artesis Hogeschool).

Architectenbureau: 

360 architecten

Opdrachtgever: 

Ag Vespa

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Hardenvoort

Nummer: 

55

Postcode: 

2 000

Gemeente: 

Antwerpen

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2008

Datum oplevering: 

2011

Oppervlakte: 

1 490 m²

Volume: 

6 116 m³

Totale bouwkost: 

1 490 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

1 000 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

Stabiliteit: UTIL Technieken: Gebotec bvba
Advies akoestiek en bouwfysica: Daidalos Peutz

Hoofdaannemers: 

Voorbereidende werken/ Afbraakwerken: Gebr. Van de Velde bvba
Buitenschrijnwerk: Yprado nv
Afwerking: TV Vanthuyne bvba / Vloeren Fosselle nv
TV Vanthuyne bvba / Vloeren Fosselle nv

Trefwoorden: 

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners

hier niet aan komen aub