Sportcentrum De Boerekreek

Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten
Sportcentrum De Boerekreek, Coussée & Goris Architecten, © Wim Van Nueten

Langs een gebogen asfaltweg kromt zich een laag, L-vormig volume, met twee vleugels die opgebouwd zijn uit een herhalend ritme van grijs gebeitste houten spanten. De ene colonnade, met tussenafstanden van 3,60 meter, bevat een boothuis, kleedruimtes en tachtig kleine slaapkamers. Tussenin zit een overdekte passage die het binnenplein met de los gegroepeerde huisjes ernaast verbindt: het zijn de oorspronkelijke gebouwen en een nieuw volume waarin leslokalen, een kantoor en een conciërgewoning huizen. Allemaal werden ze ingesmeerd met een grijze kaleilaag en kregen daardoor een nieuwe identiteit. Samen nestelen ze zich als een schuchter kampement tegen het langgerekte houten volume: cement tegen lariksplanken, pannen naast begroeide platte daken. In een eigen dialect neigen oud en nieuw respectvol naar elkaar. Op de hoek van de vlakke L-vorm ontmoeten de twee colonnades elkaar en krimpt de opeenvolging van houten kolommen tot 1 meter. Hier liggen onder een mantel van 53 identieke portieken een grootkeuken, een polyvalente zaal en gemeenschappelijke toiletten naast elkaar. Tussen beide gebouwvleugels opent zich ook het toegangsportaal naar de straat. ‘De Boerekreek’ titelt de ingang, goudgeel uitgefreesd in een houten scheidingswand. Sporttassen, jassen en veelkleurige sjaals liggen er opgehoopt onder een mikado van houten ribben. Straks vertrekt een volle bus het weekend in. Links, tussen de spanten door, nemen kinderen aan een lange betonnen waterbak afscheid van de pony’s.

Van buitenaf ziet het eruit als een kloeke origami of een grijze bultrug die ingedommeld zijn romp verheft naar de omgeving. Binnenin echter steekt een soepele machinerie van gracieuze spanten. Een zwart geschilderde ribbenkast die als een arsenaal springveren de gebouwhuid in de plooi houdt. Het is het werk van ingenieur Guy Mouton, met wie Coussée & Goris Architecten al meermaals samenwerkte. Een kameleon volgens de architecten, omdat hij net als hen uit is op het begrijpen van de dingen, maar vooral omdat hij de onuitgesproken bedoelingen achter een vraag kan vatten en die wil invullen zonder zomaar terug te grijpen naar bewezen oplossingen.

Van bovenaf gezien lijkt De Boerekreek een U-vormige huls die zich naast de bestaande huisjes ent in weidegrond. Het juryrapport van de Belgische prijs voor architectuur, die Coussée & Goris Architecten in 2009 won, verwijst naar die landschappelijke verankering en de wijze waarop het project inspeelt op ‘de geest van de plek’. Geïnspireerd door de zwart gepekte Zeeuwse boerderijen vormen het geritmeerde colonnadegebouw en de delicaat gevouwde manege een barrière tegen de wind. De dijk met populieren beschermt daarbij aan de onbebouwde zijde een grasveld waarop een lange betonnen drinkbak staat: een knipoog naar Luis Barragán maar met een essentiële functie. In een gebied waar water zo al overvloedig aanwezig is, moet het bassin overtollig regenwater van de groendaken en manege bufferen om het daarna langzaam te laten verdampen. Net voor het hoge schuurvolume ligt nog een buitenpiste die samen met de twee gebouwen, de lange waterbak en de opgeschoten dijk het centrale grasveld afbakent tot een groene bühne waar paarden, begeleiders en kinderen sporen trekken op weg naar elkaar. Naast de vleugels van het lage slaap -en leefgedeelte werkt dit plein als een gezellig theater. Vanuit de met multiplex beklede slaapkamertjes die rechtstreeks uitgeven op de binnengang, zie je het gelanterfant van paarden. In de volledig beglaasde eetruimte voel je hoe de kort op elkaar geplaatste spanten de cadans van populierenstammen herhalen.

Het verblijfsgebouw, dat net boven het maaiveld zweeft, krijgt hierdoor de allure van een observatiepost, een thema dat steeds weer opduikt in het oeuvre van de architecten. Zo plaatsten ze gestileerde volumes binnen bestaande gebouwen in Gent (het middeleeuwse Vleeshuis), Dendermonde (een bankgebouw onder industriële spanten) en Moen (een losvast kantoortje in een houtbewerkingsloods). Samen met hun favoriete — maar niet gewonnen — wedstrijdproject voor de Hoge Rielen in Kasterlee, waar ze serres over oude munitiedepots wilden plaatsen, verwijzen al deze ontwerpen naar hun fascinatie voor het ‘neerzetten van de tijd’. De architecten zelf halen Le Petit Prince aan, en hoe ze in allerlei variaties steeds zijn kleine gebaar herinterpreteren — een glazen stolpje over een roos plaatsen: een teken van beschutting en een uiting van beschermd laten verweren. ‘De armoede van een element wordt rijk door zijn herhaling’, klinkt het beslist. (...)

Auteur: Bjorn Houttekier

Dit project werd opengesteld op de Dag van de Architectuur 2015.

Architectenbureau: 

COUSSÉE & GORIS architecten

Ontwerpers: 

Klaas Goris
Ralf Cousée

Opdrachtgever: 

Provincie Oost-Vlaanderen

Taal: 

Nederlands

Straat: 

Sint-Jansstraat

Nummer: 

132

Postcode: 

9 982

Gemeente: 

Sint-Jan-in-Eremo

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2002

Datum oplevering: 

2007

Oppervlakte: 

3 720 m²

Totale bouwkost: 

3 732 000 €, excl. BTW

Totale bouwkost per m2: 

1 003 €, excl. BTW

Studiebureaus: 

Studiebureau Mouton bvba

Hoofdaannemers: 

Strabag nv

Trefwoorden: 

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners

hier niet aan komen aub