Uit het Architectuurboek N°10: Woning Arteconomy, 51N4E

renovatie woning
Woning Arteconomy, 51N4E (c) Arno Roncada
Woning Arteconomy, 51N4E (c) Arno Roncada
Woning Arteconomy, 51N4E (c) Arno Roncada
Arteconomy, St Eloois Winkel © 51N4E
Arteconomy, St Eloois Winkel © 51N4E
Arteconomy, St Eloois Winkel © 51N4E
Arteconomy, St Eloois Winkel © 51N4E
Arteconomy, St Eloois Winkel © 51N4E

Een getrouwd koppel van zestig jaar oud leeft al een twintigtal jaar in een ‘fermette’ op een prachtige plek. Na al die tijd waren hun interesses in kunst, de wereld en het leven vele jaren vooruit op hun woning. Een renovatie was gewenst.

Een tweede leven
Dit project gaat over een levensloop, over hoe architectuur die levensloop richting kan geven en veranderen. Een getrouwd koppel van zestig jaar oud leeft al een twintigtal jaar in een ‘fermette’ op een prachtige plek. Na al die tijd waren hun interesses in kunst, de wereld en het leven vele jaren vooruit op hun woning. Een renovatie was gewenst. Niet enkel om meer relatie te hebben met het bos eromheen, maar ook om de tweede helft van hun leven te injecteren met een flinke dosis uitdaging en ambitie. De uitgevoerde renovatie is drastischer dan de initiële gesprekken lieten vermoeden, maar is geen tabula rasa. De ambitie van het project is het definiëren van een nieuwe start. Een plaats waar bestaande relaties opengebroken worden en nieuwe verbindingen kunnen ontstaan. Een huis dat tegelijkertijd intiemer is en meer publiek. Een woonst die meer specifiek en persoonlijk is geworden dan de fermette ooit was, maar die ook neutraler zal zijn, in de zin dat ze meer openstaat om toegeëigend te worden door mensen die er niet wonen, maar voor korte of lange tijd op bezoek komen.

Doelgerichte ontwrichting
Met het ontwerp willen de architecten de kwaliteiten van de huidige woning scherp stellen en de tekortkomingen ervan ontzenuwen. Het ontwerp spitst zich toe op de herschikking van het bestaande interieur en exterieur, met als hoofddoel natuurlijk licht op een rijkelijke manier te laten binnen vloeien. Verder ambieert het ontwerp ‘binnen’ en ‘buiten’ met elkaar te verweven, zodat er een gewilde ‘flou’ tussen de beide entiteiten ontstaat. Binnenin wordt de bestaande leefruimte verduidelijkt en uitgebreid tot een ‘serpentine’ met meervoudige zichten en richtingen. Deze serpentine wordt de nieuwe kern van de woning, en geeft toegang tot de overige functies. Links van de centrale ruimte bevindt zich de gereduceerde kern van het woonhuis met vestiaire, garage, badruimte en keuken. Rechts van de centrale ruimte ontstaat er een werk- en leefruimte, met een ruimtelijkheid die diametraal tegenover deze van de serpentine staat: een introverte, verticale ruimte, voorzien van zenitaal invallend daglicht. Een nieuwe routing linkt deze delen op een compactere manier aan elkaar en aan de buitenruimtes. De centrale ruimte herdefinieert de woning compleet. De vroegere buitenmuren aan de voor- en achterzijde van deze ruimte zijn samen met enkele binnenmuren volledig gesloopt en vervangen door glaswanden. In combinatie met een dunne staalwand van drie meter hoog, geplaatst op drie meter afstand van het huis, ontstaat er een veelvormige ruimte die zich in en rond het huis beweegt.

Deze nieuwe perimeter herdefinieert, door middel van precies gekozen uitsneden, de relatie tussen binnen en buiten. Tevens ontstaat er tussen de nieuwe perimeter en de oude een tussenruimte die zowel kan gelden als een uitbreidingszone van de tuin als van de leefruimte. De nieuwe perimeter herijkt door zijn positie, hoogte en materialisatie het karakter van het terrein en de woning, zonder deze beiden uit te wissen. Het einde van de binnenruimte lijkt zich te verplaatsen tot aan de stalen wand, waardoor het bos en de leefruimte elkaar kruisen.

Fysiek en immaterieel
De spanning die ontstaat als men door de woning loopt, kristalliseert zich voornamelijk in de staalwand en de glasramen van de centrale ruimte. De staalwand bestaat uit 12mm dunne stalen platen, die als een wig in de grond gedreven lijken. Het ijle karakter dat ze van op een afstand lijken te hebben, slaat om in het tegendeel als men de woning betreedt en plotseling de zware massa aan staal met de hand kan aanraken. Deze bedrieglijke perceptie wordt bijkomend versterkt door de behandeling van de oppervlakte: aan de buitenzijde vernist blauwstaal, aan de binnenzijde een witte lak. Aan de buitenzijde lezen de openingen als lichtvlekken, aan de binnenzijde creëren de witte staalwanden de afwezigheid van een wit canvas. Binnen- en buitenmuren communiceren om een totaalruimte te creëren: een ruimte waarvan het landschap een integraal bestanddeel vormt. De integratie van binnen- en buitenruimte wordt bijkomend gerealiseerd door de materialisatie en detaillering van de glaswanden. Deze zijn opgebouwd uit elementen uit kristalhelder dubbel glas, die op cruciale plekken in de ruimte volledig kunnen openschuiven. Het railsysteem is volledig geïntegreerd in de grond en een deel is gemotoriseerd.

Door het feit dat het glas niet gevat is in een kader (het stalen frame is er enkel om de dichting er in te kunnen verwerken) ontstaat er een spel van transparanties, verdubbelingen en reflecties. Op bepaalde ogenblikken functioneert de witte wand als een zonnereflector, waardoor zowel voor- als achterzijde van de woning onverwacht in het zonlicht baden. De staalwand en de glaspartijen zijn afgestemd op elkaar en op de verhouding van de ruimtes. In combinatie met een set van half transparante gordijnen suggereren ze een veelheid aan plekken, die een steeds wisselend gebruik stimuleert.

Publiek en intiem
Het contrast tussen de woning als publieke ruimte en de woning als een intieme plek wordt op de spits gedreven door de creatie van een dagbed. Dit bed, een lig- en zitmeubel van ongeveer 3 op 3 m, staat op de meest centrale plek in de centrale ruimte. Doorheen een stalen structuur met een maaswijdte van 30 op 30 cm zijn wollen tubes gevuld met elastische mousse geweven. De maat van het bed maakt het meubel ondefinieerbaar. In tegenstelling tot andere meubels, die een gecodeerd gebruik suggereren, creëert dit meubel een openheid en een set van gradaties. Het spel van grenzen en relaties gecreëerd in de architectuur, is hier op schaal van een meubel gerealiseerd.

Bron: deze projectbeschrijving is gebaseerd op de projecttekst van de architecten en een tekst van Ruben Debuck (3de bachelor architectuur van de Artesis Hogeschool).

Architectenbureau: 

51N4E

Ontwerpers: 

Johan Anrys, Freek Persyn, Peter Swinnen

Taal: 

Nederlands

Gemeente: 

St Eloois Winkel

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2004

Datum oplevering: 

2009

Oppervlakte: 

350 m²

Studiebureaus: 

Structureel ingenieur: BAS/ Dirk Jaspaert
Constructie management: Krist Denorme
Interieur: daybed: Julie Vandenbroucke / 51N4E / Chevalier-Masson
Gevel: Van Santen & associates
Landschap: Denis Dujardin

Hoofdaannemers: 

De Norme

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners

hier niet aan komen aub