Woning 'Café De Reisduif'

'Café Reisduif', De Vylder en Hofkens Architecten ism Van Boxelaer, © Kempenaers
'Café Reisduif', De Vylder en Hofkens Architecten ism Van Boxelaer, © Kempenaers
'Café Reisduif', De Vylder en Hofkens Architecten ism Van Boxelaer, © Kempenaers
'Café Reisduif', De Vylder en Hofkens Architecten ism Van Boxelaer, © Kempenaers
Schets- 'Café Reisduif', De Vylder en Hofkens Architecten ism Van Boxelaer

Nieuwe bouwheren die de Gentse architecten Jan De Vylder en Trice Hofkens benaderen, weten meestal via vrienden en kennissen hoe beiden te werk gaan.Ze kloppen dan ook niet zomaar bij hen aan: allen zijn op zoek naar een onconventioneel antwoord op een al even onconventionele vraag. Ze vertrouwen op het inlevingsvermogen, de persoonlijke inzet en de technische kennis van de architecten om – ondanks of misschien juist dankzij de vaak krappe budgetten en dito ruimte – van hun project een op maat gemaakte leefomgeving te maken.

Dat was ook het geval bij dit arbeidershuisje en voormalig café in het centrum van Gent, dat de eigenaars wilden verbouwen tot een woonhuis met atelier. Al op de avond vlak na de eerste kennismaking met het pand en zijn toekomstige bewoners, ontstond het belangrijkste idee voor de verbouwing. Jan De Vylder begon in gedachten de met allerlei bijgebouwtjes dichtgeslibde binnenplaats op te ruimen. Hij maakte een haast naïeve, optimistische tekening van een binnentuin, en wat voor één: een haast onwerkelijk groene oase met een schuivend glasdak erbovenop.

Het ontwerp is precies zo uitgevoerd als op die eerste schets. De stadstuin kan met een simpel, met de hand te bedienen draaimechanisme tot een overdekte serre worden omgetoverd. Deze verbindt de woonvertrekken met de achteraan gelegen werkruimte en is de meest eenduidig ontworpen ruimte in het huis. Op de vloer ligt een tapijt van echt gras. De witte, glad gepleisterde wanden vangen en reflecteren het kostbare licht. Los in het gras geplaatste tegels leiden naar het atelier. Qua vorm en proportie is deze werkruimte een herhaling van de overdekte binnentuin. Op een smalle lichtstrook aan de achterzijde na, is het dakvlak gesloten. Het is eenvoudig bedekt met keramische pannen, waar het glasdak van de binnentuin overheen kan schuiven. Aan de binnenzijde is het dak spartaans afgedekt met isolerende aluminiumfolie. De achterwand is voorzien van een gladde witte pleisterlaag die het licht, dat langs de glasstrook naar binnen valt, optimaal in de ruimte verdeelt. Deze witte wand zorgt voor een waardig einde van de opeenvolging van gelijkvloerse ruimtes in het pand.

De woonruimtes zelf, allemaal in het voorhuis gelegen, zijn minder eenduidig en meer privé van karakter. Wie de verticaal georganiseerde woning bezoekt, voelt zich als een indringer in een intieme, bijzondere wereld. Hier vervagen de grenzen tussen de zorgvuldig overwogen architectonische ingrepen en de geïmproviseerde reparatie enerzijds, en de persoonlijke inrichting en gebruikssporen anderzijds. Deze indruk ontstaat door het materiaalgebruik: de meeste architectonische interventies maken gebruik van kant-en-klare, geprefabriceerde elementen, die gelijkwaardig naast de overige meubelen staan. Voorbeelden zijn de uitschuifbare harmonicatrap naar de slaapkamer en de standaard serreprofielen van de achterpui. Zelfs op plaatsen waar het onvermijdelijk was om op maat gemaakte materialen te gebruiken, benadrukken de architecten dat de gebruikte elementen ‘voorwerpen’ zijn. Zo is de stalen T-structuur die de genereus opengebroken   achtergevel overeind houdt, felgroen geschilderd. Ook de gepleisterde muurvlakken die op verschillende plaatsen strategisch in de woning en de aanbouw zijn geplaatst, doen door hun duidelijke formaten en rondom afgebakende randen als schilderachtige objecten aan. Ze vormen een charmant contrast met de oorspronkelijke bakstenen muren, die met hun ruwe en karakteristieke textuur
de nieuwe objecten tot één ruimtelijk geheel maken.

Zowel architecten en bouwheren waren bereid om de inrichting, het gebruik en het aanzien van alle ruimtes opnieuw te bekijken en weinig conventionele (en misschien ook iets minder comfortabele) oplossingen te accepteren. Dit resulteerde in een woning die feilloos is afgestemd op de specifieke wensen van de opdrachtgever. Veel objecten in dit ontwerp lijken nauwelijks geïntegreerd of zijn zelfs niet integreerbaar. Toch is de toepassing ervan nooit een doel op zich en krijgt de bezoeker de indruk van een zorgvuldig gebalanceerde en met genot bewoonbare ruimtelijkheid.

Mechtild Stuhlmacher

Architectenbureau: 

architecten de vylder vinck taillieu
Jan De Vylder & Trice Hofkens

Ontwerpers: 

Jan De Vylder
Trice Hofkens
Bert van Boxelaere

Taal: 

Nederlands

Land: 

België

Datum ontwerp: 

2003

Datum oplevering: 

2004

Oppervlakte: 

158 m²

Volume: 

625 m³

Studiebureaus: 

Babel CVBA

Hoofdaannemers: 

Bouwonderneming Verfaillie
BVBA Ducla
De Loof R. BVBA
De Clerq BVBA

Trefwoorden: 

Corporate partners

Retail Estates

Cultural partners