Het Brusselse multidisciplinaire team PT architecten ambieert een ‘joie de vivre’ bij de gebruikers van hun projecten. Hun ontwerpend onderzoek voor deze tentoonstelling gaat over wederopbouwhoeves in het West-Vlaamse Heuvelland. In dit gebied spelen een aantal ruimtelijke vraagstukken die representatief zijn voor veel landelijke gebieden: schaalvergroting van de landbouw, recreatie en toerisme en eisen vanuit natuurbeheer en -ontwikkeling. Dit onderzoek wil blootleggen hoe architectuur, het landschap, het gebruik van de gebouwen en de grond zorgen voor een specifieke poëzie. De nieuwe ‘leefbaarheid’ en potentiële ‘charme’ die PT architecten introduceren, zijn in realiteit door regelgeving vastgelegd. Bestemmingsplannen bepalen het gebruik van de grond en de bebouwing. Het ontwerp wil die regelgeving op losse schroeven zetten en een dynamische toekomst mogelijk maken. Waarom zou een school of een zorgsite niet kunnen in een hoevecomplex. Hoe kan men meerdere families op een oud erf huisvesten ? Welke nieuwe functie kan aan een gebouw toegekend worden rekening houdend met de aard van het gebouw en de landschappelijke locatie. De expertise van de architect laat hem/haar toe telkens opnieuw een ander ontwerp voor te stellen.
Gratis rondleiding
Gratis rondleiding in de tentoonstelling op zondag 18/12 om 14u00. De rondleidingen duren ongeveer anderhalf uur en zijn te reserveren via het bespreekbureau van deSingel op +32 3 248 28 28 of tickets@desingel.be
Debat & vernissage
di 29 nov 2011 blauwe foyer om 20 uur met onder meer Tine Van Herck (PT architecten), Bruno Notteboom (Labo S, UGent), Van Paridan - de Groot Landschapsarchitecten ea.
Praktisch
open van woensdag tot zondag, van 14u00 tot 18u00 / bij voorstellingen ook van 19u00 tot 23u00
Gesloten ma/di, feestdagen en op za 24 & za 31 december 2011
De ontwerpopgave: hoeves in Heuvelland
“Het drama en de ingrijpende verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog lieten onuitwisbare sporen na in de Westhoek die als een verminkt gewest uit het oorlogsgeweld kwam. Reeds tijdens de oorlog werd de wederopbouw voorbereid en in de eerste jaren na de oorlog kwam een wetgeving op gang die het herstel van de streek regelde. Tussen 1919 en 1930 werd het grootste deel van de wederopbouw gerealiseerd. De wederopbouw bepaalt dan ook het gezicht van de Westhoek. In de grootste steden en gemeenten zoals Ieper, Diksmuide en Nieuwpoort is zelfs sprake van exclusieve wederopbouwarchitectuur. De architectuur van de streek toont bijgevolg een coherent beeld, dat door nationale en internationale architectuurhistorici als uniek wordt beschouwd.
Momenteel is de Westhoek volop in verandering. Dorpen, straten en woningen worden aangepast aan de hedendaagse noden van bewoners en besturen: verkeersveiligheid, wooncomfort, moderne infrastructuren eisen aanpassingen van het bestaande ruimtelijke weefsel. Dit transformatieproces oefent een diepgaande invloed uit op zowel dorpsstructuren en ruimtelijke patronen als op de architectuur in steden en op het platteland. Dit sterke homogene beeld van de steden en gemeenten dat ontstond tijdens de periode van de wederopbouw komt steeds meer onder druk te staan.
Gemeentelijke administraties en adviescommissies hebben nood aan een stevig onderbouwde visie om dit transformatieproces van de wederopbouwarchitectuur op een duurzame manier te begeleiden, met respect voor de historische, regionale context én de nieuwe eisen van bewoners en andere gebruikers van de ruimte . Zij zien de noodzaak van een objectief beoordelingskader bij het verlenen van bouwaanvragen en beschermingsdossiers.Een dergelijk beoordelingskader kan slechts antwoorden bieden op de complexe vraagstukken die eraan worden gesteld, rekening houdend met de unieke geschiedenis van de streek. Vandaar dat een geïntegreerde
aanpak aangewezen is, waarin architectuurgeschiedenis van roerend en onroerend erfgoed, ontwerpmatig onderzoek naar toekomstmodellen en brede sensibilisatieacties elkaar versterken.
De opgave is een ontwerpend onderzoek rond hoevetypologie in het Heuvelland. In het gebied spelen een aantal ruimtelijke vragen rond landbouw, recreatie en natuur, kenmerkend voor landelijke gebieden in heel Vlaanderen. Om de landbouw rendabel te houden dringt zich een efficiënter beheer van het land op. Recreatie en toerisme vergen dan weer esthetische eisen van het landschap. Maar ook de vraag naar een goede ontsluiting en veilige infrastructuur is prangend. Tenslotte groeit de horeca en vraagt ook om een richtinggevend kader.
Vanuit het perspectief van natuurontwikkeling speelt vooral de vraag naar meer bos en het consolideren van de beekvalleien. Deze – vaak tegengestelde – eisen hebben een weerslag op het gebouwde patrimonium. De centrale vraag in deze opgave is hoe landelijke (al dan niet wederopbouw) architectuur met deze ruimtelijke uitdagingen omgaat.
Omdat hoeves beeldbepalend zijn in dit gebied concentreert het onderzoek zich daarop., De hoevetypologie, één of meerdere vrijstaande gebouwen op een erf, leent zich tot een herbestemming met nieuwe functies. Het kan zowel om wonen, horeca of niet-agrarische bedrijven gaan. Bij deze nieuwe invulling stellen zich echter talrijke vragen. In hoeverre kan of hoeft men de oorspronkelijke architectuur behouden? Wat met de vaak slechte bouwfysische toestand van wederopbouwhoeves? Wat met de inrichting van het erf? Indien de landbouwfunctie van de hoeves bewaard blijft treedt vaak de vraag naar schaalvergroting op. Hoe combineert men dan de nieuwe eisen van het agro-industriële bedrijf met de architectuur van de oude hoeve? Hoe positioneren nieuwe, grootschalige gebouwen zich in het landschap?
Het onderzoek naar de hoevetypologie is te gelijkertijd een architecturale en een landschappelijke kwestie, omdat aanpalende gronden erbij betrokken zijn en dergelijke gebouwen verspreid zijn over het hele landschap.
De oefening werkt van kleine naar grote schaal. Dit wil zeggen dat het ontwerpmatig onderzoek naar de hoevetypologie in eerste instantie op de hoeve en het erf zelf gebeurt. Vertrekkende vanuit deze premise worden er antwoorden geformuleerd over landschappelijke kwesties en de transformatie van het gebied.
In het kader van het opstellen van een gebiedsvisie voor het Heuvelland heeft Labo S zelf scenario’s voor het gebied uitgewerkt. Deze worden niet als een vast uitgangspunt meegegeven, maar eerder als een informatief kader. Dit ontwerpend onderzoek gaat evenzeer over het exploreren van een conditie dan over het onderzoeken van een concrete casus. Het is eerder de bedoeling dat het ontwerpend onderzoek een debat losmaakt en de juiste vragen op tafel legt dan eenduidige antwoorden te geven.
Bruno Notteboom en Katrien Vandermarliere
Literatuur
Ed. Jeroen Corneilly, Sofie De Caigny, Katrien Vandermarliere, Bouwen aan wederopbouw, 1914 /2050, Erfgoedcel CO7, VAi/CVAa, Provincie West-Vlaanderen 2009.
Ed. Sofie De Caingy, Het gekwetste Gewest, Archievengids van de wederopbouwarchitectuur in de Westhoek, Focus Architectuurarchieven, CVAa, 2009
http://www.wederopbouw.be/
http://architectuur.ugent.be/wederopbouwarchitectuur
www.vai.be informatie, dossiers, Wederopbouw.
Projectsponsor: Goedhart Repro