Acquisition

VAi verwerft archief Martine De Maeseneer Architecten (MDMA)

VAi verwerft archief Martine De Maeseneer Architecten (MDMA)

Het VAi verwerft het archief van Martine De Maeseneer Architecten (MDMA), een theoretisch onderbouwde en conceptueel vernieuwende architectuurpraktijk die sinds het einde van de jaren 1980 actief is. Het omvangrijke archief omvat ontwerptekeningen, schetsen, foto’s en dia’s, maquettes, evenals publicaties en theoretische teksten. Samen bieden ze een uitzonderlijke inkijk in de denk- en ontwerpmethodiek van MDMA’s architectuurpraktijk, waarin theorie en ontwerp bewust met elkaar worden verweven.

MDMA en een unieke architectuurpraktijk

In 1988 richt Martine De Maeseneer (°1962) samen met Dirk Van den Brande (°1960) het bureau MDMA op. De Maeseneer studeert aan het Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent (1980-1985) en behaalt in 1987 het diploma van Master of Science in Architecture aan de Bartlett School of Architecture in Londen. Sinds 1990 is ze als docent verbonden aan Sint‑Lucas dat vandaag deel uitmaakt van de KULeuven Faculteit Architectuur.

Tijdens haar opleiding aan de Bartlett School in Londen komt Martine De Maeseneer in aanraking met het werk van Bill Hillier rond Space Syntax, een methode die ruimtes leest via patronen van menselijke beweging en topologische relaties. Deze analytische, bijna taalkundige benadering van ruimte vormt een belangrijke basis in haar vroege denken. Haar praktijk wordt ook sterk beïnvloed door het werk van filosofen als Jacques Derrida, waardoor thema’s als semantiek, betekenis en architecturale taal centraal staan.

MDMA’s architectuur staat bekend om het herlezen, vergroten of vervormen van conventionele architectuurelementen, een proces dat De Maeseneer zelf omschrijft als de de‑objectificatie‑methode. Vertrouwde onderdelen van een huis — zoals muren, ramen, deuren of trappen — worden uitvergroot, verschoven of geherinterpreteerd. De nadruk verschuift hierdoor van louter vorm naar betekenis en beleving van ruimte. Het Cabrio‑huis in Meise is hiervan een bekend voorbeeld.

Door steeds te balanceren tussen theoretische reflectie en concrete bouwpraktijk ontwikkelt MDMA een oeuvre dat tegelijk experimenteel, talig en ruimtelijk vernieuwend is. Dit vertaalt zich in woningen en bedrijfsgebouwen, maar ook in publieke projecten.

Projecten

Het verworven archief documenteert de praktijk van MDMA, van vroege schetsen tot uitgewerkte projecten. Enkele projecten:

  • Het Cabrio-huis in Meise (1988–1992), een voorbeeld van de de‑objectificatiemethode, dat sinds 2018 beschermd erfgoed is.
  • Het Recto-verso huis in Sint-Agatha-Berchem (1991–1995).
  • Logos/Glossy/Glottis, de reconversie voor een IT-bedrijf in Groot- Bijgaarden (1998-2000).
  • Het Passe-Partout huis op de Java‑eilanden in Amsterdam (1993-1999).
  • Het Canopé huis (2002-2007) in het Vlaamse Pajottenland.
  • Het Bronks Jeugdtheater in Brussel (2002-2009), in 2011 de eerste Belgische finalist voor de Europese Mies van der Roheprijs voor Hedendaagse Architectuur.

Daarnaast bevat het archief uitgebreid materiaal uit MDMA’s theoretische werk: publicaties zoals The In-di-visible Space (1993) en Ideality-3-Lost (1997) en talrijke essays gepubliceerd in internationale tijdschriften en boeken.

Overdracht van het archief

Het verworven archief omvat 33 maquettes van sleutelprojecten, een omvangrijk archief met schetsen, plannen, en tentoonstellingspanelen, waaronder 109 rollen; 132 schetsboeken; uitgebreide reeksen foto’s en dia’s; theoretische documenten en publicaties.

Het eerste deel van het archief, voornamelijk het visuele materiaal, werd reeds overgedragen. Het tweede deel volgt in 2026 en bestaat uit het digitale archief, administratieve documenten, publicaties en de schetsboeken.

Deze overdracht helpt hiaten in de collectie op te vullen en onderbelichte actoren zichtbaarder te maken. Het archief werpt licht op het werk en de stem van een vrouwelijke* architecte uit de jaren 1990.

Na inventarisatie en herverpakken zal het archief toegankelijk worden gemaakt voor een breed publiek. Dankzij deze verwerving kan het VAi een praktijk bewaren die een unieke bijdrage leverde aan de Vlaamse architectuurgeschiedenis. Door de combinatie van een uitgesproken theoretisch discours, een post‑structuralistische ontwerptaal en een nauwkeurig gedocumenteerde bouwpraktijk uit de jaren 1990–2010 vormt dit archief een waardevol stuk architecturaal erfgoed voor Vlaanderen en België.

Gepubliceerd op 8 maart 2026

Praktisch

*We gebruiken een asterisk bij vrouwen* om inclusiviteit uit te drukken en de aandacht te vestigen op de diversiteit binnen deze groep. De asterisk geeft aan dat de term niet alleen cisgender vrouwen omvat (vrouwen wiens genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat hen bij de geboorte is toegewezen), maar ook trans vrouwen, niet-binaire personen die zich identificeren met vrouwelijkheid, en andere genderidentiteiten die onder de paraplu van vrouwelijkheid vallen. Het gebruik van de asterisk helpt ons om een bredere en meer inclusieve definitie van vrouwelijkheid te communiceren.