Op 16 september 2025 opende de tentoonstelling Getemde Natuur in DE SINGEL in Antwerpen. Egon Verleye (VAi) sprak met de Bart Tritsmans, curator en historisch onderzoeker van de expo. Co-curatoren Dennis Pohl (directeur VAi) en Hülya Ertas (VAi) bieden een inkijk in hoe de tentoonstelling tot stand kwam.
Waarom (nu) een tentoonstelling over groen in de stad?
Tritsmans: Groen in de stad staat vandaag enorm onder druk. De klimaatopwarming dwingt ons om een visie te ontwikkelen rond groene publieke ruimte. De realiteit vandaag is er een waarbij steden nog steeds verdichten door overdreven te programmeren en open ruimte te privatiseren.
Pohl: We staan voor grote klimatologische uitdagingen: steden worden steeds warmer. Stedelijk groen helpt de stad te ademen, biedt schaduw en creëert idealiter een verkoelend microklimaat.Het creëert plekken waar mensen van verschillende afkomst en sociale achtergrond elkaar kunnen ontmoeten.
Tritsmans: Nog al te vaak worden er vaste functies gekoppeld aan plekken in de openbare ruimte, waardoor gebruikers helemaal geen zeggenschap meer hebben over hun publieke sfeer. Het is van essentieel belang dat mensen zich de publieke ruimte kunnen toe-eigenen. Doorgedreven commercialisatie en marktgedreven visies staan dit echter in de weg.
Ertas: De tentoonstelling belicht ook de complexe relatie tussen natuur en de door de mens gebouwde omgeving. Aan het begin van het parcours krijgt de bezoeker een historisch overzicht dat aantoont hoe de klimaatkwestie doorheen de tijd steeds een rol heeft gespeeld, met zeer uiteenlopende antwoorden. De gespannen verhouding tussen mens en natuur is dus eeuwenoud en blijft tot op vandaag een verhaal met een open einde.
Groene zones in de stad zijn bijna automatisch inclusief van aard en spelen een grote rol in de sociale cohesie van een stad.
Hoe brengt de tentoonstelling die gespannen verhouding tussen mens en natuur in beeld?
Tristmans: Groenruimtes vormen een microkosmos van stedelijke veranderingen. Je kan er heel duidelijk uit afleiden wat er leeft in een maatschappij. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling. Getemde Natuur biedt in de eerste plaats een inkijk in hoe architecten en stedenbouwkundigen door de eeuwen heen oplossingen en experimenten bedenken als antwoord op allerhande maatschappelijke uitdagingen.
Pohl: De aanwezigheid van groen doet de waarde van de directe omgeving en dus ook het vastgoed toenemen. De tentoonstelling biedt een historisch overzicht van wijken die economisch floreerden dankzij hun nabijheid tot groene ruimtes. Tegelijkertijd toont ze het dubbelzinnige effect van dit fenomeen: de stijgende waarde leidt ook tot economische en sociale druk.
Groenruimtes vormen een microkosmos van stedelijke veranderingen. Je kan er heel duidelijk uit afleiden wat er leeft in een maatschappij. Dat is het uitgangspunt van de tentoonstelling.
Tritsmans: Vandaag staan we stil bij de klimaatcrisis en de impact ervan op het leven in onze steden. In de negentiende eeuw was het de snel groeiende bevolking die leidde tot stadsuitbreidingen. Toen werden groenruimtes voor het eerst een essentieel onderdeel van effectieve stadsplanning en -ontwikkeling.
Daarom begint de tentoonstelling in 1860, het startpunt van wat men toen ‘moderne stedenbouw’ noemde. De focus lag toen op het temmen van de natuur, zodat die een gecontroleerde plek kon krijgen binnen de stedelijke ruimte. Eind 19e eeuw leefde er veel angst voor de natuur: men vreesde dat ze ongedierte en ziektes met zich meebracht en dus onder controle moest worden gehouden. Dit leidde tot een strikte en rigide omgang met natuur in de stad.
Als reactie daarop trokken veel bewoners naar braakliggende gronden buiten de stadsomwalling. Ze eigenden zich deze plekken toe en gebruikten ze voor activiteiten die binnen de stad niet langer mogelijk waren. Het zijn precies die spanningen die we aan de hand van een aantal historische scharniermomenten in kaart brengen.
Ertas: De tentoonstelling maakt duidelijk dat de discussies van vandaag deel uitmaken van spanningen die al langer leven tussen de verschillende gebruikers van onze publieke ruimte. Als curatoren zijn we kritisch over hoe er vandaag met groen in de stad wordt omgegaan, maar tegelijk koesteren we de hoop dat het beter kan.
Welke boodschap wil de tentoonstelling brengen naar de bezoeker?
Tritsmans: De tentoonstelling toont hoe burgers opkomen voor groenruimtes en op die manier zeggenschap geven aan de natuur. Dat engagement is van alle tijden. Doorheen de geschiedenis kwamen mensen op straat om publieke groenruimtes te verdedigen. Een treffend voorbeeld is de aanleg van het Antwerpse stadspark in 1860, waarbij een grote promenade dreigde te verdwijnen. Het stadsbestuur ontving toen een petitie van 6000 Antwerpenaren die eisten dat de promenade op de omwallingen rond de stad behouden bleef. Dat activisme, en het feit dat mensen zich emotioneel hechten aan publiek groen, is dus allesbehalve nieuw.
Ertas: Veel te lang heeft de mens de natuur opgeëist. Tegelijkertijd zie je nu dat stemmen van onderuit zich roeren in het debat over groen in de stad. Denk bijvoorbeeld aan de groei van burgerbewegingen die alsmaar meer impact hebben.
Pohl: Het is belangrijk om de natuur meer zeggenschap te geven in het ontwerp van openbare ruimtes. De natuur moet opnieuw een bepalende factor worden in hoe we onze stad en omgeving vormgeven en beleven.
De tentoonstelling is een pleidooi om ons perspectief op natuur te herzien. We moeten afstappen van de geromantiseerde kijk op groen, waarbij de mens het ideale beeld bepaalt, en in plaats daarvan kijken naar wat de natuur zelf nodig heeft.
In de expo neemt de stad Antwerpen een centrale plaats in. Hoe representatief is Antwerpen voor het bredere debat rond groen in de stad?
Tritsmans: Door Antwerpen historisch onder de loep te nemen, krijgen we een bijzonder interessante dwarsdoorsnede van hoe er in die periode in Europese steden met groen werd omgegaan. Bovendien beschikken we over uniek archiefmateriaal over de stedelijke ontwikkeling van Antwerpen, dat de eeuwenoude spanning tussen mens en natuur scherp blootlegt. In de 19e eeuw was er zelfs sprake van een interstedelijk netwerk waarbij Europese steden elkaar beïnvloedden in de aanleg van parken. Zo tonen we in de tentoonstelling stukken die verwijzen naar uitwisseling tussen Londen, Parijs en Antwerpen.
Ook de locatie van Getemde Natuur is betekenisvol: De Singel. Wie naar buiten stapt, botst letterlijk op een van de centrale elementen uit de tentoonstelling: de ring, de R1. Die komt in de tentoonstelling drie keer aan bod, telkens vanuit een ander historisch perspectief: eerst als stadsomwalling met uitgestrekte groenzones, vervolgens bij de afbraak van die omwallingen en de wedstrijd voor de aanleg van een groene ring, en ten slotte bij de controversiële bouw van de snelweg, die hevige tegenstand kreeg van diverse activistische groeperingen.
Men heeft altijd naar groenruimtes in de stad gekeken als ‘waardevolle bijkomstigheden’. Iedereen vindt ze vanzelfsprekend, maar in de realiteit worden ze vaak verdrongen door allerhande belangen.
Welke archiefstukken vallen op in de tentoonstelling?
Tritsmans: Een opvallende onderdeel van de expo is de diacollectie van Dries Jageneau. Hij was niet alleen stedenbouwkundig ambtenaar, maar ook een gedreven activist. Met zijn camera bracht hij het groenactivisme en de burgerbewegingen van de jaren 1960-1970 prachtig in beeld. Zijn dia’s tonen de verwoesting van groenruimtes en hoe dit leidt tot aanzwellend burgerprotest met vaak erg ludieke acties. Ze vormen een uniek artefact dat de tijdsgeest op een bijzondere manier capteert.
De tentoonstelling toont heel wat onderbelichte verhalen. Welke anekdote springt er bovenuit?
Ertas: Vandaag is het vanzelfsprekend dat je niet met de wagen door een park rijdt. Maar dat is niet altijd zo geweest. In het begin van de 20e eeuw kon je in Antwerpen nog met je auto of koets dwars door de parken rijden. Het is dankzij de strijd van drie moedige vrouwen in de Antwerpse gemeenteraad dat daar in de jaren 1930 verandering kwam en de parken voortaan autovrij werden.
Tritsmans: Een ander verhaal speelt zich af rond een drukbezocht Antwerps park. In 1911 opent het Nachtegalenpark, voorafgegaan door een staaltje vastgoedspeculatie. De stad sloot een deal met enkele welgestelde families: in ruil voor de aankoop van hun groenzones kregen zij zeggenschap over de omliggende bouwgronden. Het resultaat? Tot op vandaag is het park omringd door villa’s. In de gemeenteraad kreeg het stadsbestuur toen het verwijt dat ze een park voor miljonairs hadden gecreëerd. Waarop een raadslid repliceerde: “Neen, het is een park voor het volk, betaald door de miljonairs die de omliggende gronden kopen.” Het illustreert hoe sommigen zeggenschap hebben over groen, en anderen niet.
Hoe is de scenografie opgevat, en op welke manier sluit die aan bij de thematiek van de tentoonstelling?
Ertas: De scenografie is van de hand van Aslı Ciçek en vertrekt vanuit het idee van een meanderende wandeling. Als bezoeker volg je een kronkelend pad, zoals in een park, waarbij je onderweg allerlei objecten tegenkomt die door hun opstelling al dan niet met elkaar verbonden zijn. Het parcours is chronologisch opgebouwd en neemt je mee door de geschiedenis van groen in de stad.
Tritsmans: De opstelling bevat ook elementen van een landschapsontwerp, zoals ‘kamers’ of vista’s’ die een doorkijk geven net zoals je die ook in een park tegenkomt.
Met een tentoonstelling over groen in de stad kan je onmogelijk binnen de muren van een exporuimte blijven. Hoe breken jullie uit De Singel?
Tristmans: We organiseren gegidste rondleidingen die starten in de exporuimte van De Singel en je vervolgens buiten de kunstcampus langs de omliggende groenruimtes leiden. Onderweg houd je halt bij plekken met een intrigerende en vaak nog onderbelichte geschiedenis. Via ankerpunten en olifantenpaadjes ontdek je boeiende verhalen achter ogenschijnlijk banale groenruimtes in de omgeving van De Singel.
Ertas: In de expozaal presenteren we ook een interventie van twee geluidskunstenaars: Maarten Buyl en Raphael Malfliet. Met geluiden die ze opnamen op de locaties die in de tentoonstelling aan bod komen, brengen ze een auditief eerbetoon aan natuur in de stad. Als bezoeker ervaar je hoe zij de natuur op deze plekken beleven. Speciaal voor de tentoonstelling brengen ze zelfs een album uit dat ze op 9 oktober tijdens het event De klank van Getemde Natuur presenteren in De Singel.
Tritsmans: Hiermee willen we duidelijk maken dat je alle zintuigen moet aanspreken om een groenruimte écht te kunnen ervaren. Laat je dus niet enkel leiden door wat je ziet.
Hoe verhoudt Getemde Natuur zich tot de hedendaagse tendensen rond groen in de stad?
Tritsmans: De bijdragen van alle betrokken hedendaagse kunstenaars verwijzen naar historische gebeurtenissen of artefacten in de stad. Neem bijvoorbeeld het onderzoek van Mirja Busch naar de staat van het plassenwater. In de 19e eeuw raakten de vijvers in de parken vervuild, wat een groot risico vormde voor allerlei ziektes. Het stadsbestuur besloot daarom om ze te reinigen. De conclusie toen was dat wilde natuur gevaarlijk is en in een stedelijke context streng gereguleerd en ingedamd moet worden.
Ook het werk van Maria Thereza Alves rond biodiversiteit kent een historische voorganger. In de jaren 1920 ijverden activisten bij het stadsbestuur voor minder frequent onderhoud van de parken, om verwildering meer toe te laten. Ze verzetten zich tegen het overdreven aanplanten van bloemenperken en pleitten ervoor om dode bladeren te laten liggen, zodat die de bodem konden voeden. Zelfs toen leefde al het idee om de natuur meer zeggenschap te geven.
Ertas: Het werk van kunstenares Maria Thereza Alves sluit hier heel mooi op aan. In haar installatie maakt ze zichtbaar hoe planten op een bepaalde manier hun eigen beslissingen maken. Tijdens de koloniale periode brachten veel schepen zaden mee uit alle uithoeken van de wereld, onder andere via de haven van Antwerpen. Die zaden nestelen zich in onze steden en worden uiteindelijk planten. Alves brengt dit proces op een unieke manier in kaart.
Pohl: Dit toont dat het thema biodiversiteit vandaag bijzonder sterk leeft. Hoe gaan we om met biodiversiteit in onze steden? Ik hoop dat dit de komende jaren bepalend zal zijn voor de manier waarop we aan stadsontwikkeling doen.
Ertas: Het werk van Feifei Zhou is dan weer van een heel andere orde. Met haar speculatieve tekening Acceleration biedt ze een unieke blik op de impact die grootschalige stads- en havenontwikkelingen hebben op de natuur. Ook kunstenaar Dieter Van Caneghem daagt ons uit om anders te kijken naar stedelijke transformatie. Hij formuleert een antwoord op de bekende Hypsoskaart, een panoramisch zicht op Antwerpen, ontwikkeld voor de Gentse Wereldtentoonstelling van 1913. In een werk dat hij speciaal voor de tentoonstelling maakte, toont hij hoe mensen bepaalde plekken in de stad toe-eigenen. Dit als tegenreactie op de Hypsoskaart die een overzicht biedt van groenruimtes en hun limieten in omvang en gebruik.
Pohl: Als we ons vandaag een stad voorstellen binnen dertig jaar, dan zal de samenstelling van het plantenaanbod er helemaal anders uitzien dan nu. Het Spaanse collectief TAKK toont met een speculatieve installatie hoe dit een impact zal hebben op de beleving en het uitzicht van onze steden.
Wat maakt deze tentoonstelling uniek?
Tritsmans: Getemde Natuur werpt een blik op de geschiedenis van de stad zoals je kijkt naar het negatief van een foto. In tegenstelling tot anderen architectuurtentoonstellingen biedt ze een inkijk in de onbebouwde stad.
Pohl: De rode draad in de tentoonstelling is de vraag: Hoe archiveer je onze groenruimte? Natuur verandert voortdurend en laat zich moeilijk capteren. De expo Getemde Natuur tracht door zijn veelheid aan artefacten, archiefstukken en media hierop een antwoord te formuleren.
Op welke manier kan de tentoonstelling bijdragen aan het huidige debat over groen in de stad?
Tritsmans: Sommige stukken in de tentoonstelling verwijzen naar actuele gevoeligheden. Zo tonen we een buste die ooit in een groenzone stond, maar recent werd verwijderd omwille van het postkoloniale debat. Dit illustreert hoe groenruimtes vaak politiek geladen zijn door standbeelden of symbolen, en hoe hun betekenis in de tijd verandert. In het Antwerpse stadspark staat bijvoorbeeld nog steeds een zuil die hulde brengt aan de koloniale handel. Is dat vandaag nog gepast? Getemde Natuur wil het gesprek openen over hoe we omgaan met veranderende betekenissen en hoe we publieke ruimte inclusiever kunnen maken.
Ook de klimaatopwarming komt aan bod. De roep om meer openbare zwemgelegenheden klinkt steeds luider, terwijl Antwerpen vandaag slechts twee openluchtzwembaden telt. In de jaren 1920-1930 was openluchtrecreatie wijdverspreid. Uniek archiefmateriaal dompelt je onder in die wereld van toen. Hopelijk vormt dit een inspiratiebron voor ontwerpers en beleidsmakers.
Ten slotte toont de tentoonstelling hoe groenruimtes cruciaal zijn in crisistijden: tijdens WOII werden parken en bermen omgevormd tot moestuinen, en boden ze een tijdelijke ontsnapping aan de bezette stad. Tegelijkertijd tonen ze ook mechanismen van uitsluiting, zoals het verbod voor Joodse burgers om parken te betreden.
Groen in de stad is dus nooit neutraal; het weerspiegelt maatschappelijke spanningen, toen én nu.
Waarom moet je deze tentoonstelling gezien hebben?
Pohl: Architectuurtentoonstellingen focussen bijna altijd op de gebouwde omgeving. Deze tentoonstelling is een pleidooi om te kijken naar plekken waar niet wordt gebouwd. Door te focussen op de open ruimtes, ga je anders kijken naar je omgeving.
Ertas: Deze tentoonstelling is geen nostalgische terugblik op een groen verleden, maar een middel om het heden te begrijpen vanuit keuzes van diverse machtige actoren. De centrale thema’s zijn: wildernis versus controle, speculatie, de spanning tussen het ongemoeid laten van natuur en het exploiteren ervan, én de instrumentele inzet van ‘groen’ als beeldvorming. Bezoek de tentoonstelling als je de stad eens wil ervaren vanuit het standpunt van de natuur. Bovendien geeft ze je een unieke inkijk in de mechanismes achter beslissingen op vlak van stedenbouw en stadsontwikkeling.
Tritsmans: Ontdek onbekende verhalen en anekdotes achter alledaagse plekken in de stad. Je wandelt misschien elke dag voorbij een bepaalde groene plek in de stad, zonder te weten wat zich daar allemaal heeft afgespeeld of hoe ze is gevormd tot wat ze vandaag is. Aan elke groenruimte in de stad is een beslissing of een machtsspel aan vooraf gegaan; politiek, ideologisch of economisch geïnspireerd. De tentoonstelling Getemde Natuur legt die achterliggende verhalen en mechanismes voor het eerst bloot.
Interview door Egon Verleye
Met dank aan Dennis Pohl, Hülya Ertas en Bart Tritsmans
Bewerking: Ann Van Loon
Eindredactie: Egon Verleye
tentoonstelling
Welke machten, idealen en dromen bepalen welke plek natuur in een stad krijgt? De tentoonstelling Getemde Natuur werpt een unieke blik op de wortels én de toekomst van stedelijk groen door de lens van de stad Antwerpen.
Tot 01.02.2025 kan je de expo Getemde Natuur ontdekken in DE SINGEL in Antwerpen.
performance
Op 9 oktober delen stadsdichter van Antwerpen, Esohe Weyden, en geluidskunstenaars Maarten Buyl en Raphael Malfliet hun werk over de interactie tussen natuur en de gebouwde omgeving. Terwijl Buyl en Malfliet live spelen uit hun album Niemandsland, een compositie voor de tentoonstelling Getemde Natuur, leest Weyden haar nieuwe gedichten voor die ze speciaal voor dit evenement schreef.