Met zijn 380 appartementen is de Grondelstoren in Anderlecht het grootste appartementsgebouw in het Brussels Gewest. De specifieke, licht geplooide vorm komt overeen met de historische loop van de bedding van de Zenne. De unieke vrijstaande Grondelstoren is nu een belangrijke landmark in het grootstedelijke landschap, maar het belichaamt ook alle kwalen van de modernistische sociale huisvesting: een concentratie van sociale problemen, krappe woningen in een buitenmaats gebouw, constructieproblemen met vroegtijdige veroudering en een architectuur die breekt met de omgeving en het stigma wordt van sociale kwetsbaarheid.
In werkelijkheid zijn de appartementen in de toren niet zo krap en de bewoners zijn er eerder tevreden mee, afgezien van de verouderde gevel en balkons, die al enkele jaren niet meer toegankelijk zijn. Oudere bewoners ervaarden het wonen in deze toren in de jaren 1970 als een echte verbetering van hun levenskwaliteit, iets om trots op te zijn.
Het vraagstuk is complex. Het doel is om een energie-efficiënte renovatie uit te voeren van een volledig bewoonde toren. De betonnen structuur met dunne wanden betekent dat nieuwe terrassen niet kunnen worden verankerd om ze op te hangen. Daarom moet er een nieuwe structuur worden gebouwd vanaf de lagere niveaus van de parkeergarage. Deze structuur is ontworpen als een rasterwerk, waarbij de balkonbalken van de nieuwe terrassen zich afwisselend verankeren in de intrados en extrados van de kolommen, waarbij de speling afneemt met de verdiepingen tot ze op één lijn liggen met de daklijn. Deze zelfde balkonbalken verdikken met de hoogte en vormen op de bovenste verdiepingen een volledige balustrade. Dit dubbel grafisch spel creëert een verschil in perceptie vanaf de voet van de toren, waar de architectuur een sterke driedimensionaliteit en materialiteit heeft, terwijl het zich van veraf, in het landschap, doet gelden als een eenvoudige, krachtige vorm.